Een mandala is een geometrische, symmetrische diagram dat een symbolische weergave vormt van het universum, de kosmos en de innerlijke wereld van de mediteerder. Het woord "mandala" komt uit het Sanskriet en betekent letterlijk "cirkel" of "centrum", wat verwijst naar zowel de vorm als de spirituele betekenis.
In thangka's heeft een mandala meestal een cirkelvormige basisstructuur met een duidelijk centrum, omringd door concentrische lagen van patronen, symbolen en afbeeldingen. Het centrum vertegenwoordigt vaak een boeddha, bodhisattva of een specifieke deity (zoals Avalokiteshvara of Tara), die de kern van verlichting of een bepaalde spirituele kwaliteit symboliseert. Vanuit dit centrum stralen lijnen en vormen uit, vaak in een vierkante structuur met vier poorten in de windrichtingen (noord, oost, zuid, west). Deze poorten symboliseren toegang tot de verlichte staat en worden vaak bewaakt door beschermende figuren.
De mandala is rijk aan details: geometrische patronen zoals cirkels, vierkanten en driehoeken worden gecombineerd met afbeeldingen van lotusbloemen, vajra's (rituele objecten), vlammen en andere symbolen die verwijzen naar zuivering, wijsheid en de elementen. Kleuren spelen een belangrijke rol, waarbij elke tint een betekenis heeft – bijvoorbeeld wit voor zuiverheid, rood voor compassie, en blauw voor oneindigheid.